Heee, ‘t duurde even voordat er hier iets te lezen viel, ik weet het. Maar de weldenkende mensen onder jullie hadden natuurlijk al lang bedacht dat er eerst avonturen beleefd moeten worden, voordat er iets interessants te lezen valt. En hebben we avonturen beleefd? Mmm, ligt een beetje aan de interpretatie van het woord. We zijn niet beroofd, geen voedselvergiftigingen, aanvallen van exotische dieren of moedeloze bedelaars. Maarrrr… wat dan wel?Jullie weten hoe de relatie arjen-steden is, dat is een beetje als dirk-groente. Ho Chi Minh is dan ‘t beste vergelijkbaar met een bordje verlepte sla, met piepers waar wormpjes uitgekropen komen. Wat een ongeorganiseerde chaos zeg! Stel je miljoenen en miljoenen brommers voor, door evenzovele wij-lijken-allemaal-op-elkaar-straatjes, in een stad waar de enige verkeersregel is dat er geen regels zijn. Iedereen crosst van alle kanten kris kras door elkaar en soms volgens mij over elkaar heen. Een weg oversteken is veilig om te doen, voor wie levensmoe is. Dit is dus eigenlijk meteen toch al ons eerste avontuur te noemen. We hebben ons meteen op de dag dat we aankwamen, na een kort schoonheidsslaapje, laten rondfietsen door de plaatselijke doortrapper. Van tevoren een duidelijke prijs afgesproken, 6 dollar voor ons tweeën, en vervolgens hebben we ons langs wat pagodes en een oud Boeddhabeeld/tempelgebeuren laten leiden. Het was een zeer hulpvaardig ventje, die in zijn beste Engels (bestaande uit een vocabulair van zo’n 50 woorden) in geuren en kleuren vertelde over de hoe’s en waaroms. Hij wist ellenlange verhalen uit te hoesten door iedere zin zo’n tien keer te herhalen. Op het laatst wilde ik alleen nog maar van hem wegrennen. Maar goed, ook zo’n toer gaat voorbij. Tijd om af te rekenen. ‘Dat is dan 300’, sprak de man. Hij bedoelde 300 000 dong, ik zag de 3 nog eerst aan voor de 3 euro p.p. die we hadden afgesproken. Dat bleek dus niet zo. Verschil=3x zo duur. Wij wezen hem dus fijntjes op de gemaakte afspraak, maar kregen te horen over zere voeten, bezwete ruggen, lang gefietst, normale prijs, iedereen betaalt dit enz. enz. Besef wel, dat het inmiddels donker was en dat we gejetlagd in een vreemde stad op een lugubere plek stonden te discussiëren. Ik was het er niet mee eens, maar heb om die redenen toch maar toe gegeven. Toen wilde meneer ook 300 000 dong voor Dirk hebben, dat hadden we toch immers afgesproken?!?. Aaaa, ik laat nog liever mijn been afzagen, dan dat ik 36 euro voor een fietsrit ga geven, waar 6 euro al een heel mooie prijs is in dit land. Dit ging ons beiden te ver, en dus liepen we aan. Hij achtervolgde nog even, maar haakte uiteindelijk toch af. Waarschijnlijk lachte hij nog ontzettend in z’n vuistje met de fraaie buit.
Vroeg zijn we weer naar bed gegaan, vooral omdat we (onszelf geen rust gunnen) de volgende ochtend alweer vroeg op moesten voor de Co Chi tunnels. Met een bus hebben we over een op de landkaart ieniemieniepielestukje een dag lang gehobbeld. Eerst een tempel bezocht waar een gebedsdienst aan de gang was. Het speciale aan de tempel was de vereniging van 5 grote godsdiensten die dit geloof kende, het Confucionisme, het Taoïsme, het Christendom, het Boeddhisme en de Islam. Dan zie je in de praktijk dus een Sinterklaas en een paashaas zonder oren met een peleton monniken een grote felgekleurde tempel binnenwandelen, de monniken allemaal met verschillende kleuren gewaden, ieder een geloof weerspiegelend. Rare muziekjes en veel knielende biddende witte zustertjes. Na een kwartier was het hoog tijd om alvast bij de bus te gaan zitten wachten op de anderen.
Daarna dus de tunnels bezocht, waar de Vietcong ten tijde van de oorlog met de Amerikanen, deze steeds weer wisten te verrassen op hun eigen grondgebied met onverwachte aanvallen. En waarmee de VC keer op keer wist te ontkomen, verkennen, verstoppen enz. Eerst hebben we de echte tunnels bekeken, althans de ingang ervan. Want geloof me, een mol zou er nog claustrofobisch van worden. Daar ging ik dus echt niet in! En met mij overigens geen enkele tourist. Nee, voor ons, rondklikkend petjesvolk hadden ze speciaal wat tunnels en ruimtes nagemaakt, twee keer zo groot dan de werkelijkheid. Daar aldus doorheen gekropen en halverwege bedacht ik me eigenlijk waar ik nu eigenlijk mee bezig was? Voor me was Dirk, ik denk, een ei aan het leggen, want iedereen zat op z’n knieën muurvast (voor de goede orde: ik kon meneer Dirk dus niet zien, er zat nog iemand tussen en er waren vele bochtjes), de temperatuur begon (inwendig) op te lopen tot het niveau alle sluizen open en na enkele minuten kwam ik als een druipende otter mijn hol uit gekropen. Wat moet dat in de zeventiger jaren een feest zijn geweest, als je zo maanden onder de grond moest leven. Respect voor de VC!
De hieropvolgende avond bestond nog altijd niet uit nachtelijke uitspattingen, want jawel, ‘s ochtends moesten we vroeg op (heerlijk tempo) omdat we voor een tweedaagse trip naar Pnohm Phen, de grootste stad van Cambodja, hadden geboekt. Voor dag en dauw aldus uit de veren en… ik merk dat ‘t me moeite kost om terug te halen hoe gisteren er nu ook alweer precies uit zag. Ze leek in veel opzichten dan ook op vandaag. We hebben deze twee dagen in een stuk of zes, zeven verschillende boten/bootjes gevaren over de Mekong rivier. Ook hebben we heel veel in een bus gezeten, een ritme van boot-bus-boot-bus (x zoveel) dus. Onderweg een floating market bekeken, we hebben een plek bezocht waar ze kokosnootsnoepjes e.d. maken, we zijn bij een drijvend vissersdorpje geweest, maar we hebben vooral veel gereisd. En het is echt wel leuk, om in een boot vele kilometers te maken langs de Mekongoevers, die druk volgebouwd is met bij elkaar geraapte woningen van golfplaten, autobanden, lakens en stukken hout. De mensen leven er half in de rivier, en soms er letterlijk in(althans hun huizen), want de Mekong is een zeer grillige rivier, die ver, en hoog, buiten zijn oevers kan treden. Het is een heerlijk uitzicht, en een warme ervaring, om al die kinderen keer op keer weer met groot enthousiasme naar je te zien zwaaien. Ze groeien op in een harde, straatarme wereld, maar het lijkt ze op ‘t oog allemaal zo weinig te deren. Ik heb er al veel blij kunnen maken met m’n meegebrachte speelgoed (bellenblaas, knuffels, prisma’s, kralenkettingsetjes enz, m’n rugzak zit er halfvol mee – en dit is straks de ruimte voor souvenirs). De meesten zijn blij als ze het krijgen, maar weten zich helemaal geen raad met het inpakpapier (huh? Zit er wat in dan? Het is toch mooi zo?).De boottocht vandaag duurde, ondanks het warme uitzicht, heeeeel lang, met een herriemakend, boemelend bootje. Na ook nog een poos volgepakt in een Mitsubishibusje te hebben heen en weer gewaggeld (de weg was weg), zijn we wat uren terug dan uiteindelijk aangekomen in Phnom Phen, die de Lonely Planet nou niet bepaald omschrijft als een rustiek plaatsje. Zo zijn er hier al wat bosjes toeristen vermoord door de rode Khmer in de negentiger jaren en zelfs in 2003 is hier een grote opstand geweest waarbij de Thaise ambassade en enkele belangrijke gebouwen de hens in zijn gegaan. Sowieso heeft dit land tot ver in de negentiger jaren nog geschud en getrild, zoals een aardbeving ook nog vele naschokken kent. De vrede is hier nog vers, en kwetsbaar. Er zijn dan ook wijken, waar we beter niet kunnen komen en er zijn dingen die we niet moeten doen. Nu even de andere kant van dit verhaal: we merken er niets van als we over straat lopen en de mensen zijn hier erg vriendelijk. Ook valt me op dat ze beter Engels kennen dan in Vietnam het geval is. Daar is het echt handen- en voetenwerk. Morgen gaan we hier een citytour doen, waarin we de killing fields bezoeken en de daarbij behorende beruchte gevangenis S-21, waar onder het regime van Pol Pot talloze burgers het leven lieten. Tevens gaan we de Silver Pagode bezoeken, de Russische markt (hij zal wel verdwaald zijn) en een aantal andere zaken, waar ik me nog niet in verdiept heb, maar die wel bij de tour zitten. En we hebben ook al meteen geboekt om de dag erna naar Siem Reap te gaan, avec de bus, naar waar iedere tourist in Cambodja naartoe wil: Angkor Wat, een van de betere wereldwonderen. Ik heb overigens sterk het gevoel dat ik hier in organisatorische zin, in een eerder leven veel mee van doen gehad heb, hehehe.We hebben een maand de tijd, we nemen die tijd bepaald nog niet, maar er is dan ook enorm veel te zien, ruiken, voelen, proeven, in deze landen die op niets van ‘t vertrouwde Nederland lijken. En ik hoop, en hou me vast aan de gedachte, dat er straks in de komende week nog een moment komt, waarop ik ‘s morgens heerlijk uit kan slapen. Toch voelt dit niet als jagen, het voelt meer als een zelfgekozen achtbaanrit waarin ik onderweg toch kan ontspannen. Dirk en ik denken precies hetzelfde over wat we willen (wat denk jij ervan? Mmm, maakt me niet uit, wat vind jij? Tsja, zullen we dan… oké!), en de humor is alom. Bovendien valt het weer hier tot dusver ontzettend mee, dankzij het rainy season. Met meevallen bedoel ik de hitte, het is gewoon lekker warm, zeker niet te, want de zon blijft weg, en heeeel af en toe valt er een drup, hardly worth mentioning.En lange verhalen worden snel saai om te lezen, dus laat ik maar vlug stoppen want ik heb al veel teveel gerateld. De groetjes daar, ik hoop dat het weer weer mooi weer wordt en Robert en Mieke: joepiedepoepie. Ik vind het een geweldig mooie naam en ik ben blij dat ze een gezond meisje is. Sowieso is van ieders een toch ‘t leukste? Gefeliciteerd!En voor iedereen: tot over een dag of wat of meer dan dat. U zijt gegroet!
Arjen
p.s. Marieke: hoe is het met je ’schoonpapa’?